Skip to content
Mattheüs 14:32-33

Mattheüs 14:32-33

32
En als zij in het schip geklommen waren, stilde de wind.
33
Die nu in het schip waren, kwamen en aanbaden Hem, zeggende: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein