Skip to content
Klaagliederen 4:3-4

Klaagliederen 4:3-4

3
Gimel. Zelfs laten de zeekalveren de borsten neder, zij zogen hun welpen; maar de dochter mijns volks is als een wrede geworden, gelijk de struisen in de woestijn.
4
Daleth. De tong van het zoogkind kleeft aan zijn gehemelte van dorst; de kinderkens eisen brood, er is niemand, die het hun mededeelt.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein