Skip to content
Jozua 8:30-32

Jozua 8:30-32

30
Toen bouwde Jozua een altaar den HEERE, den God van Israel, op den berg Ebal;
31
Gelijk als Mozes, de knecht des HEEREN, den kinderen Israels geboden had, achtereenvolgens hetgeen geschreven is in het wetboek van Mozes: een altaar van gehele stenen, over dewelke men geen ijzer bewogen had; en daarop offerden zij den HEERE brandofferen; ook offerden zij dankofferen.
32
Aldaar schreef hij ook op stenen een dubbel van de wet van Mozes, hetwelk hij geschreven heeft voor het aangezicht der kinderen Israels.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein