Skip to content
Jona 1:12-15

Jona 1:12-15

12
En hij zeide tot hen: Neemt mij op, en werpt mij in de zee, zo zal de zee stil worden van ulieden; want ik weet, dat deze grote storm ulieden om mijnentwil over komt.
13
Maar de mannen roeiden, om het schip weder te brengen aan het droge, doch zij konden niet; want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger tegen hen.
14
Toen riepen zij tot den HEERE, en zeiden: Och HEERE! laat ons toch niet vergaan om dezes mans ziel, en leg geen onschuldig bloed op ons; want Gij, HEERE! hebt gedaan, gelijk als het U heeft behaagd.
15
En zij namen Jona op, en wierpen hem in de zee. Toen stond de zee stil van haar verbolgenheid.

Bestudeer dit gedeelte

Commentaar op het gedeelte, niet per vers.

Waar de Schrift dit nog meer zegt.

  • Psalmen 115:3

    Onze God is toch in den hemel, Hij doet al wat Hem behaagt.
    vanuit vers 14
  • 2 Samuel 24:17

    En David, als hij den engel zag, die het volk sloeg, sprak tot den HEERE, en zeide: Zie ik, ik heb gezondigd, en ik, ik heb onrecht gehandeld, maar wat hebben deze schapen gedaan? Uw hand zij toch tegen mij en tegen mijns vaders huis.
    vanuit vers 12
  • Psalmen 135:6

    Al wat den HEERE behaagt, doet Hij, in de hemelen, en op de aarde, in de zeeen en alle afgronden.
    vanuit vers 14
  • 1 Kronieken 21:17

    En David zeide tot God: Ben ik het niet, die gezegd heb, dat men het volk tellen zou? Ja, ik zelf ben het, die gezondigd en zeer kwalijk gehandeld heb; maar deze schapen, wat hebben die gedaan? O HEERE, mijn God, dat toch Uw hand tegen mij, en tegen het huis mijns vaders zij, maar niet tegen Uw volk ter plage.
    vanuit vers 12
  • Jozua 7:12

    Daarom zullen de kinderen Israels niet kunnen bestaan voor het aangezicht hunner vijanden; zij zullen den nek voor het aangezicht hunner vijanden keren; want zij zijn in den ban. Ik zal voortaan niet meer met ulieden zijn, tenzij gij den ban uit het midden van ulieden verdelgt.
    vanuit vers 12
  • Deuteronomium 21:8

    Wees genadig aan Uw volk Israel, dat Gij, o HEERE! verlost hebt, en leg geen onschuldig bloed in het midden van Uw volk Israel! En dat bloed zal voor hen verzoend zijn.
    vanuit vers 14
  • Spreuken 21:30

    Er is geen wijsheid, en er is geen verstand, en er is geen raad tegen den HEERE.
    vanuit vers 13
  • Efeze 1:11

    In Hem, in Welken wij ook een erfdeel geworden zijn, wij, die te voren verordineerd waren naar het voornemen Desgenen, Die alle dingen werkt naar den raad van Zijn wil;
    vanuit vers 14
  • Psalmen 107:28

    Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, zo voerde Hij hen uit hun angsten.
    vanuit vers 14
  • Lukas 8:24

    En zij gingen tot Hem, en wekten Hem op, zeggende: Meester, Meester, wij vergaan! en Hij, opgestaan zijnde, bestrafte den wind en de watergolven, en zij hielden op, en er werd stilte.
    vanuit vers 15
  • Psalmen 107:29

    Hij doet de storm stilstaan, zodat hun golven stilzwijgen.
    vanuit vers 15
  • Handelingen 27:24

    Zeggende: Vrees niet, Paulus, gij moet voor den keizer gesteld worden; en zie, God heeft u geschonken allen, die met u varen.
    vanuit vers 12
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options