11
De Joden dan zochten Hem in het feest, en zeiden: Waar is Hij?
12
En er was veel gemurmels van Hem onder de scharen. Sommigen zeiden: Hij is goed; en anderen zeiden: Neen, maar Hij verleidt de schare.
13
Nochtans sprak niemand vrijmoediglijk van Hem, om de vrees der Joden.