Skip to content
Johannes 13:27-30

Johannes 13:27-30

27
En na de bete, toen voer de satan in hem. Jezus dan zeide tot hem: Wat gij doet, doe het haastelijk.
28
En dit verstond niemand dergenen, die aanzaten, waartoe Hij hem dat zeide.
29
Want sommigen meenden, dewijl Judas de beurs had, dat hem Jezus zeide: Koop, hetgeen wij van node hebben tot het feest, of, dat hij den armen wat geven zou.
30
Hij dan, de bete genomen hebbende, ging terstond uit. En het was nacht.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options