Skip to content
Job 9:5-12

Job 9:5-12

5
Die de bergen verzet, dat zij het niet gewaar worden, Die ze omkeert in Zijn toorn;
6
Die de aarde beweegt uit haar plaats, dat haar pilaren schudden;
7
Die de zon gebiedt, en zij gaat niet op; en verzegelt de sterren;
8
Die alleen de hemelen uitbreidt, en treedt op de hoogten der zee;
9
Die den Wagen maakt, den Orion, en het Zevengesternte, en de binnenkameren van het Zuiden;
10
Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan; en wonderen, die men niet tellen kan.
11
Zie, Hij zal voor mij henengaan, en ik zal Hem niet zien; en Hij zal voorbijgaan, en ik zal Hem niet merken.
12
Zie, Hij zal roven, wie zal het Hem doen wedergeven? Wie zal tot Hem zeggen: Wat doet Gij?
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options