Job 41:9-12
9
Elk een zijner niezingen doet een licht schijnen; en zijn ogen zijn als de oogleden des dageraads.
10
Uit zijn mond gaan fakkelen, vurige vonken raken er uit.
11
Uit zijn neusgaten komt rook voort, als uit een ziedende pot en ruimen ketel.
12
Zijn adem zou kolen doen vlammen, en een vlam komt uit zijn mond voort.
Settings