Skip to content
Job 4:7-11

Job 4:7-11

7
Gedenk toch, wie is de onschuldige, die vergaan zij; en waar zijn de oprechten verdelgd?
8
Maar gelijk als ik gezien heb: die ondeugd ploegen, en moeite zaaien, maaien dezelve.
9
Van den adem Gods vergaan zij, en van het geblaas van Zijn neus worden zij verdaan.
10
De brulling des leeuws, en de stem des fellen leeuws, en de tanden der jonge leeuwen worden verbroken.
11
De oude leeuw vergaat, omdat er geen roof is, en de jongens eens oudachtigen leeuws worden verstrooid.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options