Skip to content
Job 39:4-7

Gods voorzienigheid voor de wilde dieren

Job 39:4-7
4
Weet gij den tijd van het baren der steengeiten? Hebt gij waargenomen den arbeid der hinden?
5
Zult gij de maanden tellen, die zij vervullen, en weet gij den tijd van haar baren?
6
Als zij zich krommen, haar jongen met versplijting voortbrengen, haar smarten uitwerpen?
7
Haar jongen worden kloek, worden groot door het koren; zij gaan uit, en keren niet weder tot dezelve.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein