Naar de inhoud
Job 38:4-7

Job 38:4-7

4
Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde? Geef het te kennen, indien gij kloek van verstand zijt.
5
Wie heeft haar maten gezet, want gij weet het; of wie heeft over haar een richtsnoer getrokken?
6
Waarop zijn haar grondvesten nedergezonken, of wie heeft haar hoeksteen gelegd?
7
Toen de morgensterren te zamen vrolijk zongen, en al de kinderen Gods juichten.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Reading Width 45 chars

Options