Job 36:27-29
27
Want Hij trekt de druppelen der wateren op, die den regen na zijn damp uitgieten;
28
Welke de wolken uitgieten, en over den mens overvloediglijk afdruipen.
29
Kan men ook verstaan de uitbreidingen der wolken, en de krakingen Zijner hutte?
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein