Jobs woorden worden veroordeeld
5
Want Job heeft gezegd: Ik ben rechtvaardig, en God heeft mijn recht weggenomen.
6
Ik moet liegen in mijn recht; mijn pijl is smartelijk zonder overtreding.
7
Wat man is er, gelijk Job? Hij drinkt de bespotting in als water;
8
En gaat over weg in gezelschap met de werkers der ongerechtigheid, en wandelt met goddeloze lieden.
9
Want hij heeft gezegd: Het baat een man niet, als hij welbehagen heeft aan God.
Settings