Skip to content
Job 33:1-7

Job 33:1-7

1
En gewisselijk, o Job! hoor toch mijn redenen, en neem al mijn woorden ter ore.
2
Zie nu, ik heb mijn mond opengedaan; mijn tong spreekt onder mijn gehemelte.
3
Mijn redenen zullen de oprechtigheid mijns harten, en de wetenschap mijner lippen, wat zuiver is, uitspreken.
4
De Geest Gods heeft mij gemaakt, en de adem des Almachtigen heeft mij levend gemaakt.
5
Zo gij kunt, antwoord mij; schik u voor mijn aangezicht, stel u.
6
Zie, ik ben Godes, gelijk gij; uit het leem ben ik ook afgesneden.
7
Zie, mijn verschrikking zal u niet beroeren, en mijn hand zal over u niet zwaar zijn.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options