Rechtvaardigheid met betrekking tot het land
38
Zo mijn land tegen mij roept, en zijn voren te zamen wenen;
39
Zo ik zijn vermogen gegeten heb zonder geld, en de ziel zijner akkerlieden heb doen hijgen;
40
Dat voor tarwe distelen voortkomen, en voor gerst stinkkruid! De woorden van Job hebben een einde.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein