Skip to content
Job 30:26-30

Job 30:26-30

26
Nochtans toen ik het goede verwachtte, zo kwam het kwade; toen ik hoopte naar het licht, zo kwam de donkerheid.
27
Mijn ingewand ziedt, en is niet stil; de dagen der verdrukking zijn mij voorgekomen.
28
Ik ga zwart daarheen, niet van de zon; opstaande schreeuw ik in de gemeente.
29
Ik ben den draken een broeder geworden, en een metgezel der jonge struisen.
30
Mijn huid is zwart geworden over mij, en mijn gebeente is ontstoken van dorrigheid.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options