De ellende van het voortbestaan
20
Waarom geeft Hij den ellendigen het licht, en het leven den bitterlijk bedroefden van gemoed?
21
Die verlangen naar den dood, maar hij is er niet; en graven daarnaar meer dan naar verborgene schatten;
22
Die blijde zijn tot opspringens toe, en zich verheugen, als zij het graf vinden;
23
Aan den man, wiens weg verborgen is, en dien God overdekt heeft?
24
Want voor mijn brood komt mijn zuchting; en mijn brullingen worden uitgestort als water.
25
Want ik vreesde een vreze, en zij is mij aangekomen; en wat ik schroomde, is mij overkomen.
26
Ik was niet gerust; en was niet stil, en rustte niet; en de beroering is gekomen.
Settings