Skip to content
Job 3:13-18

Job 3:13-18

13
Want nu zou ik nederliggen, en stil zijn; ik zou slapen, dan zou voor mij rust wezen;
14
Met de koningen en raadsheren der aarde, die voor zich woeste plaatsen bebouwden;
15
Of met de vorsten, die goud hadden, die hun huizen met zilver vervulden.
16
Of als een verborgene misdracht, zou ik niet zijn; als de kinderkens, die het licht niet gezien hebben.
17
Daar houden de bozen op van beroering, en daar rusten de vermoeiden van kracht;
18
Daar zijn de gebondenen te zamen in rust; zij horen de stem des drijvers niet.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options