Job 27:2-6
2
Zo waarachtig als God leeft, Die mijn recht weggenomen heeft, en de Almachtige, Die mijner ziel bitterheid heeft aangedaan!
3
Zo lang als mijn adem in mij zal zijn, en het geblaas Gods in mijn neus;
4
Indien mijn lippen onrecht zullen spreken, en indien mijn tong bedrog zal uitspreken!
5
Het zij verre van mij, dat ik ulieden rechtvaardigen zou; totdat ik den geest zal gegeven hebben, zal ik mijn oprechtigheid van mij niet wegdoen.
6
Aan mijn gerechtigheid zal ik vasthouden, en zal ze niet laten varen; mijn hart zal die niet versmaden van mijn dagen.
Settings