Job 24:9-12
9
Zij rukken het weesje van de borst, en dat over den arme is, nemen zij te pand.
10
Den naakte doen zij weggaan zonder kleed, en hongerig, die garven dragen.
11
Tussen hun muren persen zij olie uit, treden de wijnpersen, en zijn dorstig.
12
Uit de stad zuchten de lieden, en de ziel der verwonden schreeuwt uit; nochtans beschikt God niets ongerijmds.
Settings