Job 21:1-6
1
Maar Job antwoordde en zeide:
2
Hoort aandachtelijk mijn rede, en laat dit zijn uw vertroostingen.
3
Verdraagt mij, en ik zal spreken; en nadat ik gesproken zal hebben, spot dan.
4
Is (mij aangaande) mijn klacht tot den mens? Doch of het zo ware, waarom zou mijn geest niet verdrietig zijn?
5
Ziet mij aan, en wordt verbaasd, en legt de hand op den mond.
6
Ja, wanneer ik daaraan gedenk, zo word ik beroerd, en mijn vlees heeft een gruwen gevat.
Settings