Skip to content
Job 20:12-14

Job 20:12-14

12
Indien het kwaad in zijn mond zoet is, hij dat verbergt, onder zijn tong,
13
Hij dat spaart, en hetzelve niet verlaat, maar dat in het midden van zijn gehemelte inhoudt;
14
Zijn spijze zal in zijn ingewand veranderd worden; gal der adderen zal zij in het binnenste van hem zijn.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options