Zofar bestraft Job en stelt het beginsel
1
Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide:
2
Daarom doen mijn gedachten mij antwoorden, en over zulks is mijn verhaasten in mij.
3
Ik heb aangehoord een bestraffing, die mij schande aandoet; maar de geest zal uit mijn verstand voor mij antwoorden.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein