Skip to content
Job 2:4-7

Job 2:4-7

4
Toen antwoordde de satan den HEERE, en zeide: Huid voor huid, en al wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven.
5
Doch strek nu Uw hand uit, en tast zijn gebeente en zijn vlees aan; zo hij U niet in Uw aangezicht zal zegenen!
6
En de HEERE zeide tot den satan: Zie, hij zij in uw hand, doch verschoon zijn leven.
7
Toen ging de satan uit van het aangezicht des HEEREN, en sloeg Job met boze zweren, van zijn voetzool af tot zijn schedel toe.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein