Job 19:15-18
15
Mijn huisgenoten en mijn dienstmaagden achten mij voor een vreemde; een uitlander ben ik in hun ogen.
16
Ik riep mijn knecht, en hij antwoordde niet; ik smeekte met mijn mond tot hem.
17
Mijn adem is mijn huisvrouw vreemd; en ik smeek om der kinderen mijns buiks wil.
18
Ook versmaden mij de jonge kinderen; sta ik op, zo spreken zij mij tegen.
Settings