Skip to content
Job 19:1-9

Job 19:1-9

1
Maar Job antwoordde en zeide:
2
Hoe lang zult gijlieden mijn ziel bedroeven, en mij met woorden verbrijzelen?
3
Gij hebt nu tienmaal mij schande aangedaan; gij schaamt u niet, gij verhardt u tegen mij.
4
Maar ook het zij waarlijk, dat ik gedwaald heb, mijn dwaling zal bij mij vernachten.
5
Indien gijlieden waarlijk u verheft tegen mij, en mijn smaad tegen mij drijft;
6
Weet nu, dat God mij heeft omgekeerd, en mij met Zijn net omsingeld.
7
Ziet, ik roep, geweld! doch word niet verhoord; ik schreeuw, doch er is geen recht.
8
Hij heeft mijn weg toegemuurd, dat ik niet doorgaan kan, en over mijn paden heeft Hij duisternis gesteld.
9
Mijn eer heeft Hij van mij afgetrokken, en de kroon mijns hoofds heeft Hij weggenomen.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options