Skip to content
Jeremia 38:7-8

Jeremia 38:7-8

7
Als nu Ebed-melech, de Moorman, een der kamerlingen, die toen in des konings huis was, hoorde, dat zij Jeremia in den kuil gedaan hadden (de koning nu zat in de poort van Benjamin);
8
Zo ging Ebed-melech uit het huis des konings uit, en hij sprak tot den koning, zeggende:

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein