Skip to content
Jeremia 25:16-21

Jeremia 25:16-21

16
Dat zij drinken, en beven, en dol worden, vanwege het zwaard, dat Ik onder hen zal zenden.
17
En ik nam den beker van des HEEREN hand, en ik gaf te drinken al den volken, tot welke de HEERE mij gezonden had;
18
Namelijk Jeruzalem en de steden van Juda, en haar koningen, en haar vorsten; om die te stellen tot een woestheid, tot een ontzetting, tot een aanfluiting en tot een vloek, gelijk het is te dezen dage;
19
Farao, den koning van Egypte, en zijn knechten, en zijn vorsten, en al zijn volk;
20
En den gansen gemengden hoop, en allen koningen des lands van Uz; en allen koningen van der Filistijnen land, en Askelon, en Gaza, en Ekron, en het overblijfsel van Asdod;
21
Edom, en Moab, en den kinderen Ammons;

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein