Jeremia 1:8-10
8
Vrees niet voor hun aangezicht, want Ik ben met u, om u te redden, spreekt de HEERE.
9
En de HEERE stak Zijn hand uit, en roerde mijn mond aan; en de HEERE zeide tot mij: Zie, Ik geef Mijn woorden in uw mond.
10
Zie, Ik stel u te dezen dage over de volken en over de koninkrijken, om uit te rukken, en af te breken, en te verderven, en te verstoren; ook om te bouwen en te planten.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein