Jesaja 53:1-2
1
Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm des HEEREN geopenbaard?
2
Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein