Skip to content
Jesaja 3:7-8

Jesaja 3:7-8

7
Zo zal hij in dien dag zijn hand opheffen, zeggende: Ik kan geen heelmeester wezen; er is ook geen brood en geen kleed in mijn huis; zet mij niet tot een overste des volks.
8
Want Jeruzalem heeft aangestoten, en Juda is gevallen, dewijl hun tong en handelingen tegen den HEERE zijn, om de ogen Zijner heerlijkheid te verbitteren.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein