Skip to content
Jesaja 10:28-32

Jesaja 10:28-32

28
Hij komt te Ajath, hij trekt door Migron; te Michmas legt hij zijn gereedschap af.
29
Zij trekken door den doorgang, te Geba houden zij hun vernachting; Rama beeft, Gibea Sauls vlucht.
30
Roep luide met uw stem, gij dochter van Gallim! laat ze horen tot Lais toe, o ellendige Anathoth!
31
Madmena vliedt weg, de inwoners van Gebim vluchten met hopen.
32
Nog een dag blijft hij te Nob; hij zal zijn hand bewegen tegen den berg der dochter van Sion, den heuvel van Jeruzalem.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options