Skip to content
Hebreeën 12:7-8

Hebreeën 12:7-8

7
Indien gij de kastijding verdraagt, zo gedraagt Zich God jegens u als zonen; (want wat zoon is er, dien de vader niet kastijdt?)
8
Maar indien gij zonder kastijding zijt, welke allen deelachtig zijn geworden, zo zijt gij dan bastaarden, en niet zonen.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein