Jakob roept zijn zonen bijeen voor de profetie
1
Daarna riep Jakob zijn zonen, en hij zeide: Verzamelt u, en ik zal u verkondigen, hetgeen u in de navolgende dagen wedervaren zal.
2
Komt samen en hoort, gij, zonen van Jakob! en hoort naar Israel, uw vader.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein