Skip to content
Genesis 47:7-9

Genesis 47:7-9

7
En Jozef bracht zijn vader Jakob mede, en stelde hem voor Farao's aangezicht; en Jakob zegende Farao.
8
En Farao zeide tot Jakob: Hoe vele zijn de dagen der jaren uws levens!
9
En Jakob zeide tot Farao: De dagen der jaren mijner vreemdelingschappen zijn honderd en dertig jaren; weinig en kwaad zijn de dagen der jaren mijns levens geweest, en hebben niet bereikt de dagen van de jaren des levens mijner vaderen, in de dagen hunner vreemdelingschappen.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein