Genesis 4:11-12
11
En nu zijt gij vervloekt van den aardbodem, die zijn mond heeft opengedaan, om uws broeders bloed van uw hand te ontvangen.
12
Als gij den aardbodem bouwen zult, hij zal u zijn vermogen niet meer geven; gij zult zwervende en dolende zijn op aarde.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein