Skip to content
Genesis 27:21-24

Genesis 27:21-24

21
En Izak zeide tot Jakob: Nader toch, dat ik u betaste, mijn zoon! of gij mijn zoon Ezau zelf zijt, of niet.
22
Toen kwam Jakob bij, tot zijn vader Izak, die hem betastte; en hij zeide: De stem is Jakobs stem, maar de handen zijn Ezau's handen.
23
Doch hij kende hem niet, omdat zijn handen harig waren, gelijk zijns broeders Ezau's handen; en hij zegende hem.
24
En hij zeide: Zijt gij mijn zoon Ezau zelf? En hij zeide: Ik ben het!
Settings

Reading style

Typeface

Font size 19px

Reading width 75 chars

Options