Genesis 24:8-9
8
Maar indien de vrouw u niet volgen wil, zo zult gij rein zijn van dezen mijn eed; alleenlijk breng mijn zoon daar niet weder heen.
9
Toen legde de knecht zijn hand onder de heup van Abraham, zijn heer, en hij zwoer hem over deze zaak.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein