Skip to content
Ezechiël 31:7-8

Ezechiël 31:7-8

7
Alzo was hij schoon in zijn grootheid en in de lengte zijner takken, omdat zijn wortel aan grote wateren was.
8
De cederen in Gods hof verduisterden hem niet, de dennebomen waren zijn takken niet gelijk, en de kastanjebomen waren niet gelijk zijn scheuten; geen boom in Gods hof was hem gelijk in zijn schoonheid.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein