Skip to content
Ezechiël 27:1-4

Ezechiël 27:1-4

1
Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
2
Gij dan, mensenkind! hef een klaaglied op over Tyrus;
3
En zeg tot Tyrus, die daar woont aan de ingangen der zee, handelende met de volken in vele eilanden: Zo zegt de Heere HEERE: O Tyrus! gij zegt: Ik ben volmaakt in schoonheid.
4
Uw landpalen zijn in het hart der zeeen; uw bouwers hebben uw schoonheid volkomen gemaakt.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options