Skip to content
Exodus 22:26-28

Exodus 22:26-28

26
Indien gij enigszins uws naasten kleed te pand neemt, zo zult gij het hem wedergeven, eer de zon ondergaat;
27
Want dat alleen is zijn deksel, het is zijn kleed over zijn huid; waarin zou hij liggen? Het zal dan geschieden, wanneer hij tot Mij roept, dat Ik het zal horen; want Ik ben genadig!
28
De goden zult gij niet vloeken, en de oversten in uw volk zult gij niet lasteren.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein