13
Alzo dat Jozua Amalek en zijn volk krenkte, door de scherpte des zwaards.
14
Toen zeide de HEERE tot Mozes: Schrijf dit ter gedachtenis in een boek, en leg het in de oren van Jozua, dat Ik de gedachtenis van Amalek geheel uitdelgen zal van onder den hemel.