Deuteronomium 32:39-40
39
Ziet nu, dat Ik, Ik Die ben, en geen God met Mij, Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel; en er is niemand, die uit Mijn hand redt!
40
Want Ik zal Mijn hand naar den hemel opheffen, en Ik zal zeggen: Ik leef in eeuwigheid!
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein