Deuteronomium 32:36-37
36
Want de HEERE zal aan Zijn volk recht doen, en het zal Hem over Zijn knechten berouwen; want Hij zal zien, dat de hand is weggegaan, en de beslotene en verlatene niets is.
37
Dan zal Hij zeggen: Waar zijn hun goden; de rotssteen, op welken zij betrouwden?
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein