Deuteronomium 1:30-32
30
De HEERE, uw God, Die voor uw aangezicht wandelt, Die zal voor u strijden, naar alles, wat Hij bij u voor uw ogen gedaan heeft in Egypte.
31
En in de woestijn, waar gij gezien hebt, dat de HEERE uw God, u daarin gedragen heeft, als een man zijn zoon draagt, op al den weg, dien gij gewandeld hebt, totdat gij kwaamt aan deze plaats.
32
Maar door dit woord geloofdet gij niet aan den HEERE, uw God.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein