2 Samuel 1:11-12
11
Toen vatte David zijn klederen en scheurde ze; desgelijks ook al de mannen, die met hem waren.
12
En zij weeklaagden, en weenden, en vastten tot op den avond, over Saul en over Jonathan, zijn zoon, en over het volk des HEEREN, en over het huis Israels, omdat zij door het zwaard gevallen waren.