2 Koningen 4:21-22
21
En zij ging op, en legde hem op het bed van den man Gods; daarna sloot zij voor hem toe, en ging uit.
22
En zij riep om haar man, en zeide: Zend mij toch een van de jongens, en een van de ezelinnen, dat ik tot den man Gods lope, en wederkomen.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein