2 Korinthe 2:7-8
7
Alzo dat gij daarentegen hem liever moet vergeven en vertroosten, opdat de zodanige door al te overvloedige droefheid niet enigszins worde verslonden.
8
Daarom bid ik u, dat gij de liefde aan hem bevestigt.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein