1 Thessalonicenzen 5:4-6
4
Maar gij, broeders, gij zijt niet in duisternis, dat u die dag als een dief zou bevangen.
5
Gij zijt allen kinderen des lichts, en kinderen des daags; wij zijn niet des nachts, noch der duisternis.
6
Zo laat ons dan niet slapen, gelijk als de anderen, maar laat ons waken, en nuchteren zijn.