1 Thessalonicenzen 4:11-12
11
En dat gij u benaarstigt stil te zijn, en uw eigen dingen te doen, en te werken met uw eigen handen, gelijk wij u bevolen hebben;
12
Opdat gij eerlijk wandelt bij degenen, die buiten zijn, en geen ding van node hebt.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein